Op 5 maart 2003 kwam verzoeker erachter dat een werknemer in zijn bedrijf zich samen met een ander schuldig maakten aan verduistering/valsheid ingeschrifte. Verzoeker trachtte hier meermalen aangifte van te doen, telkens zonder succes. De zaak zou civielrechtelijk zijn en de politieambtenaren die verzoeker te woord stonden hadden geen kennis van zaken op dit gebied en moesten daarom telkens overleggen. Het initiatief moest echter steeds van verzoeker uitgaan. Daar kwam bij dat toen de werknemer uit het bedrijf van verzoeker in oktober 2003 overleed, het verzoeker veel inspanning kostte om aangifte tegen de mededader te doen. Pas op 24 februari 2004 werd er een definitieve aangifte tegen de mededader opgenomen.
De Nationale ombudsman is van oordeel dat het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland ernstig tekort is geschoten in de basale politiezorg waarop verzoeker als burger mocht rekenen. De Nationale ombudsman oordeelde dan ook dat de korpsbeheerder op alle punten niet behoorlijk handelde, met die uitzondering dat niet vast is komen te staan dat er daadwerkelijk op 19 september 2003 een onvolledige aangifte was opgenomen, zoals verzoeker stelde.
Vereiste van fair play, niet behoorlijk
Vereiste van voortvarendheid, niet behoorlijk
Vereiste van adequate organisatorische voorzieningen, niet behoorlijk.